1966 - 1991

De volleybalclub dankt zijn bestaan aan het ter ziele gaan van de Budelse zwemclub C.Z.C. Enkele leden, onder wie Ria van Cranenbroek (Thans Nagel) zochten naar een andere sportclub met recreatiemogelijkheden voor dames.

Tevergeefs! Toen de 14-jarige Ria echter met Sinterklaas een vollebal cadeau kreeg, werd het startsein voor gegeven voor de huidige volleybalclub. Met haar schoolvriendinnen (Mien Ras, Marijke Smits) wist ze nog enkele meisjes over te halen (Riek van Eerdt, Suze Teeuwen, Annie Geboers). Op 1 mei startte de volleybalclub onder de naam V.C.B. (Volleybal Club Budel). Met een gewonnen toernooibeker in de aanslag als bewijs van kundigheid, wisten de dames Wim Gielen over te halen trainer te worden. Geïnspireerd door de dames werd op 26 mei 1967 de herenafdeling opgericht door Will Kuijpers, Leo Hacken en Frans van Rooy (in totaal 8 leden).  Na aanvankelijk alleen toernooien gespeeld te hebben, ging men vanaf september 1967 competitie spelen. De club werd lid van de NeVoBo (Nederlandse Volleybal Bond), afdeling Eindhoven. Alle wedstrijden werden in Eindhoven gespeeld. Bestuurlijke zaken werden geregeld door de oprichters in samenwerking met Wim Gielen. Omdat de kosten de pan uitrezen, werd er in september 1967 een subsidieverzoek gericht aan de gemeenteraad van Budel. De gemeente berichtte de club in oktober 1967 dat werd afgezien van een forse overbruggingsuitkering wegens “onvoldoende financiële voorbereiding van de club naar een optreden in georganiseerd verband”. De uitspraak van de gemeente kwam als een koude douche, temeer daar in korte tijd, met weinig steun, veel was gedaan voor de bloei van de volleybalsport in Budel.

Nadat men bijna twee jaar op eigen kosten (leden en hun ouders) had gedraaid, opende het bestuur op 19 april 1968 opnieuw het offensief naar de gemeenteraad. Met een goed onderbouwde en gemotiveerde begroting werd op het ontbreken van een financiële regeling voor sportclubs gewezen. De pogingen hadden succes: in september 1968 ging de gemeente over tot een financiële tegemoetkoming. De groei van de club bracht vele organisatorische consequenties met zich mee. De opoffering in tijd en moeite van de – nog studerende – oprichters zijn groot geweest. We mogen concluderen dat zij nagenoeg al hun vrije tijd aan de club hebben gegeven. Gelukkig werden zij in het uitvoeren van de bestuurstaken bijgestaan door enkele volwassenen (een subsidievoorwaarde van de gemeente). Na het vertrek van Wim Gielen zette de heer J. Visse zijn aanvankelijk papieren voorzitterschap al na enkele maanden om in een actieve functie. Door de snelle groei en de veranderingen moest het bestuur effectieve besluiten nemen die het belang van de hele vereniging ten goede kwamen. Een en ander ging door jeugdige overmoed en enthousiasme niet altijd even subtiel. Er vonden bestuurswisselingen plaats (Jan Hacken en Leo Smits ter aanvulling; Jaques Feron volgde in seizoen 1969/1970 de voorzitter J. Visse op). Na enige tijd werden taken overgedragen aan andere actieve leden. De vergaderingen werden serieuzer en namen de plaats in van “15 minuten volleybalbespreking en uren kletsen over persoonlijke en maatschappelijke zaken”. Er ontstond behoefte aan statuten en een huishoudelijk reglement, goede taakverdeling, trainers en coaches, een clubblad en – last but not least – financiële regelingen (contributie, reiskostenvergoeding, kascontrole).

De tijd van “losse infoblaadjes” en “contributie ophalen aan huis” was men ontgroeid. Er werden Algemene Ledenvergaderingen belegd en er werd driftig nagedacht over het lenigen van de financiële nood (donateuractie). Wensen als een nieuwe outfit en gezamenlijk busvervoer staken de kop op. Binnen de vereniging groeiden de vrij zelfstandige subclubjes (veteranen, meisjes Dorplein en het “vriendenteam’). De aantrekkingkracht van de club betrof niet alleen de Budelse bevolking maar ook V.C.M. (Volleybal Club Maarheeze). In 1969 werden de eerste ideeën van een fusie gelanceerd, maar stuitte op veel bezwaren (antifusie commissie). In 1970 kampte V.C.M met een te laag ledenaantal en werd besloten fusiebesprekingen aan te gaan met Budel. De meningen binnen de clubs waren verdeeld, maar na lang beraad werd de fusie in augustus 1970 een feit. De clubs gingen verder onder de naam V.C.B. (Volleybal Club Budel). De fusie betekende een versterking van diverse teams en twee extra plaatsen in de competitie.Voor de competitie 1970/1971 werden vier dames- en vier herenteams ingeschreven. Daarnaast waren er nog vier meisjesteams (waarvan één uit Dorplein) en een jongensteam. Te samen met twee dames- en twee here-nveteranenteams bedroeg het ledenaantal 156. De club behoorde daarmee tot één van de 25 grootste volleybalclubs van het land. Opmerkelijk feit daarbij was dat de gemiddelde leeftijd van onze NeVoBo-spelers 16,5 jaar was en dat alle wedstrijden in Eindhoven of Helmond gespeeld moesten worden.

De promotiewedstrijden van de eerste tww herenteams werden extra aantrekkelijk door de geheel nieuwe uitrusting van de heren. De trainingspakken hadden het opschrift “Ledûb Sportshirts Budel” en waren beschikbaar gesteld door een jonge sponsor: Van Winkel Confectiebedrijven. Op initiatief van voorzitter Jaques Feron (zijn bridgepartner en buurman Frans van Lithwerkte bij het bedrijf) werd deze transactie het begin van een langdurig sponsorcontract tussen de volleybalclub en het confectiebedrijf. In 1971 kon men het eerste lustrum vieren en deed dat met alle plezier. Na vijf succesvolle jaren kon de club zich beroepen op 190 actieve leden: een bont gezelschap van jeugd, senioren en recreanten: een eerste dames- en herenteam uitkomend in de promotieklasse, een aantal heren- en damesteams in de tweede tot en met vierde klasse en vier jongens- en meisjesteams in de jeugdklasse! Onder het voorzitterschap van Jaques Feron werd op 15 en 16 mei 1971 een lustrumviering georganiseerd bestaande uit een receptie, een feestavond en een lustrumtoernooi. Dit was overigens het eerste in een lange reeks van Ledûbtoernooien. De heren Wim Gielen (eerste trainer en voorzitter), Gerard van Winkel (sponsor) en Smidt (beheerder Duitse school) werden tot lid van verdienste benoemd. Vanaf 1971 beschikte men over wedstrijdleiders en kwamen de trainers bij elkaar om het beleid te bespreken. Het probleem was nog steeds de keuze van de shirts en bovendien het clubblad Toesj, dat snakte naar kopij van de leden. De nieuwe statuten en het huishoudelijk reglement werden opgesteld. Ook toen moesten enkelen het vele werk opvangen. Op 7 augustus 1974 ontving de club het bericht van koninklijke goedkeuring voor de nieuwe naam “Volleybalclub Ledûb”, vanuit Porte Ercolo, getekend door koningin Juliana onder de verantwoordelijkheid van de toenmalige minister van Justitie, de heer A.A.M. van Agt.

Rond april 1975 bleek dat de vereniging danig in het slop was geraakt. Oorzaken waren te vinden in het ontbreken van kader en het tanende enthousiasme bij vele leden. Het aantal teams (5 dames- en 4 herenteams, 1 jongens- en 1 meisjesteam) was teruggelopen tot drie dames- en drie herenteams. Er heerste een grauwe matheid en de binding met de club was minimaal. Na zeven vette jaren was men op een dieptepunt beland, wat nog eens werd benadrukt door het neerleggen van de voorzittersfunctie door Jaques Feron. Toen tijdens de algemene ledenvergadering de voorzitter dringend medewerking verzocht voor een loterij en hij nul op het rekest kreeg, ontplofte de bom. Jaques Feron legde zijn functie neer. Binnen enkele maanden verloor de club 80 leden, maar er bleven een aantal gemotiveerde mensen over. Duidelijk was geworden dat een vereniging niet alleen door een bestuur gedragen kan worden, maar dat juist de leden de vereniging vormen. Met een vernieuwd bestuur onder leiding van Hans van de Zande ging men het nieuwe verenigingsjaar in. Het bestuur werd uitgebreid met Mart Kuijpers en Pieter Brugmans, terwijl Leo Smits de secretarisfunctie overnam. Op maandag 8 september 1975 werd de nieuwe sporthal in gebruik genomen. Het probleem van verspreid trainen werd gedeeltelijk opgelost en men kon voor het eerst thuiswedstrijden gaan spelen. Deze trokken gemiddeld 100 bezoekers. Binnen de club werd in september gestart met een badmintonafdeling (50 deelnemers). Door gebrek aan zaaluren werd een ledenstop ingesteld. In augustus 1976 werd het badmintongebeuren een aparte afdeling binnen V.C.Ledûb. De vertegenwoordiging binnen het volleybalbestuur, die minimaal was, moest zorg dragen voor het zelfstandige karakter binnen de totale vereniging. Het samenwerkingsverband kende voor- en nadelen: gezamenlijke leden- en financiële administratie, materialen, delen van ruimte. In maart 1976 werd het heuglijke feit gevierd dat Heren 1 promoveerde van de eerste klasse naar de derde divisie. In seizoen 1976/1977 kon voor het eerst op nationaal niveau gespeeld worden. Tevens wist men voor de tweede maal de districtsbeker in de wacht te slepen.

Het 10-jarig bestaan werd gevierd in november 1976. Het programma bestond uit een volleybalwedstrijd tussen het eerste elftal van S.V.Budel en het eerste damesvolleybalteam van Ledûb, een minivolleybaltoernooi, een badmintontoernooi en een wedstrijd tussen ere-divisionist V.C. Geldrop en Heren1. Natuurlijk was er ook een receptie en een feest. Ondanks bestuurswisselingen was er een gebrek aan bestuursleden. Een uitbreiding met 4 à 5 personen werd wenselijk geacht. Daar kwam nog bij dat door het mislukken van de donateuractie de vereniging in financieel opzicht in gevaarlijk vaarwater kwam. De club kende in het seizoen 1977/1978 echter wel sportieve hoogtepunten. Heren 1: 2e divisie; Dames Veteranen: kampioen A-klasse; promotie Dames 2 en Heren 3; kampioenschap Meisjes 1 en Jongens 1. Ook het tweedaagse toernooi kende een primeur: eredivisie-teams. In februari 1978 vormden de badmintonleden een eigen bestuur binnen de volleybalvereniging. De afdeling beschikte inmiddels over diverse teams en een eigen publicatieblad: LOB (Ledûb Onderafdeling Badminton). Van de vereniging gingen de gedachten uit naar het vormen van een omni-vereniging. Eén sportvereniging met verschillende takken van sport. Een omni-vereniging zou sterker staan en meer inspraak hebben in het gebruik van de sporthal (verdelen van de uren en de ruimte) Seizoen 1978/1979 was minder succesvol. Men was genoodzaakt twee dames- en een herenteam uit de competitie terug te trekken. Bovendien was de financiële positie verre van rooskleurig: terugloop van leden en tegenvallende toernooiopbrengsten in 1979 waren de oorzaak. De sportieve prestaties maakten het jaar echter weer een beetje goed: kampioenschappen voor Dames 1, Heren 3, Jongens 1 en Jongens 2 en promotie van Dames 2.

Op 1 augustus 1979 werd de badminton een zelfstandige vereniging onder de naam B.C.Budel. De reden voor deze afscheiding was o.a. de onevenwichtige verdeling van allerlei zaken binnen de vereniging. Ondanks 100 badmintonleden (t.o.v. 135 volleyballeden) regelde het volleybalbestuur de zaken rond contributie, zaalhuur, zaaluren en andere activiteiten. Om de financiële nood te leningen werd voor het seizoen 1979/1980 een beroep gedaan op de Raad voor Jeugdbeleid. Men kreeg een lening van fl. 3000,- en de donateursactie bracht extra geld op. Omdat ook de gemeente bijsprong met een extra subsidie van fl. 3800,- kon de zorgwekkende situatie eind seizoen 1979/1980 opgeheven worden. De twee penningmeesters Harrie de Laat en Joop kok probeerden met een kwartaalsgewijze bijstelling van de begroting de club in goede financiële banen te houden. Een goed geslaagd toernooi in 1980 was voor de penningmeesters een meevaller. Het ledenaantal kwam ook weer in de lift (van 135 naar 155). De stijging van het aantal jeugdleden was gunstig voor de subsidie in 1979. Men kende in dat jaar slechts één kampioen nl. Meisjes 2. Ton Rutten en Harrie de Laat kwamen tot de opzet van een mini-afdeling (basisschoolleerlingen). In 1979 werd Leo Smits tijdens een districtsvergadering onderscheiden met een bronzen huldigingsmedaille van de NeVoBo voor zijn verdiensten voor het Nederlandse volleybal, met name binnen de jeugdsectie. In seizoen 1980/1981 promoveerde Dames 1 (door promotiewedstijden) naar de derde divisie onder leiding van Mart Kuijpers en Pieter Brugmans. Heren 1 degradeerde naar de eerste klasse. Ondanks dat het team in recordtijd de tweede divisie wist te bereiken, was het moeilijk het niveau op langere termijn te handhaven. Door de aanwas bij de dames recreanten werden twee trainingsgroepen geformeerd. De heren recreanten wisten een tweede plaats in hun poule te behalen. De inzet van Fried den Ouden en Mart Kuijpers voor de club werd beloond met een onderscheiding: lid van verdienste.

In een roerige algemene ledenvergadering werd naar voren gebracht dat de betrokkenheid van de leden bij het beleid van het bestuur ver te zoeken was. De verhitte gemoederen veroorzaakten bijna het opstappen van de bestuursleden. Het tij keerde echter en in september 1981 nam Michel Feijen de voorzittershamer van Jaques Feron over. Het ledenaantal kwam op 170 te staan. In oktober werd de 3e lustrumviering gekoppeld aan het afscheidsfeest van Jaques Feron. In tegenstelling tot de pioniersjaren was het streven naar een meer zakelijke aanpak kenmerkend voor de laatste 10 jaren. Met het doelmatiger besturen verloor de club een bepaalde charme en werd het verenigingsleven voor de meeste leden afstandelijker. Maar men bemerkte deze afname van belangstelling en trok op tijd aan de bel, in de hoop het oude verenigingsgevoel weer over te kunnen brengen.In het seizoen 1983/1984 werd geen algemene ledenvergadering belegd omdat in de loop van het seizoen alleen Michel Feijen nog als bestuurslid over was. Alle aandacht ging uit naar de aanschaf van nieuwe shirts en trainingspakken. Dames 1 en Heren 1 speelden op nationaal niveau. Beiden behaalden een vierde plaats in de derde divisie. Heren 2 werd kampioen in de derde klasse. De vier jeugdteams behaalden goede resultaten. Het activiteitenprogramma voor seizoen 1984/1985 bestond uit een mixed-toernooi, dropping en een feestelijke afsluiting van het seizoen. Met het kampioenschap van Heren 1 in de 3e divisie werd seizoen 1985/1986 afgesloten. Ook Jongens 1 en Heren 2 werden kampioen. De voorzitter, Michel Feijen, moest medio 1987 helaas zijn functie neerleggen wegens drukke werkzaamheden. Hij werd door het bestuur benoemd tot lid van verdienste. Een nieuwe voorzitter was niet meteen voorhanden. De computer deed in seizoen 1987/1988 zijn intrede, een vooruitgang voor de leden- en financiële administratie. Ook voor de toernooiorganisatie werd de computer onmisbaar. De oprichting van de commissie “Bijzondere activiteiten” moest nieuw leven in de brouwerij brengen. Allereerst werd het clubblad opnieuw uitgebracht en heette voortaan “Time Out”. Ook het mixed-toernooi nam ze onder haar hoede en er werden nieuwe activiteiten ontplooid. In de algemene ledenvergadering van november 1988 werd Fried den Ouden tot voorzitter gekozen. Zijn eerste taak was Joop Kok te benoemen tot lid van verdienste voor zijn grote inzet gedurende vele jaren voor de vereniging. Het bestuursbeleid was in die periode gericht op stabilisering van de vereniging en uitbreiding van het bestuur. Gezelligheid, verenigingsgevoel en betrokkenheid stonden hoog in het vaandel. Om de leden meer informatie over de gang van zake te geven, werden de notulen van de algemene ledenvergadering in Time Out gepubliceerd. De begrotingen werden extra toegelicht om financieel-technische discussie te vermijden en beleidsmatige zaken meer aan de orde te kunnen laten komen.

Bij de aanvang van seizoen 1989/1990 kwamen de problemen met het districtsbestuur betreffende de arbitrage tot een climax. V.C. Ledûb was de afgelopen twee jaar in gebreke gebleven bij het fluiten van wedstrijden. Het districtsbestuur dreigde de gehele vereniging uit te sluiten van deelname aan de competitie. De ernst van de situatie werd toegelicht door de voorzitter van de DSA (District Sectie Arbitrage) op de algemene ledenvergadering. Na veel overleg werden duidelijke afspraken gemaakt voor het aanstaande seizoen. Het districtsbestuur kwam terug op haar eerder genomen besluit en alle teams konden alsnog gewoon aan de competitie deelnemen. Het positieve resultaat was dat V.C.Ledûb de haar toegewezen taken voor 100% uitvoerde en medio mei een scheidsrechterscursus in Budel organiseerde. Met ingang van 1 januari 1989 werd een aantal spelregels gewijzigd, waarbij het ralleypoint-systeem in de vijfde set de belangrijkste was. Niet alleen de spelregels ondergingen een wijziging. In april 1989 werden de clubs op de hoogte gebracht inzake premiebetaling over trainerssalarissen. Het bestuur liet zich over deze zaak informeren en bracht de regeling ten slotte tot uitvoering. In mei 1989 werd V.C.Ledûb wederom geconfronteerd met een steeds terugkerend probleem. De volleybalclub van het nabij gelegen Weert benaderde steeds talentvolle spelers en speelsters en wist deze voor Weert te strikken. V.C. Weert kon de Budelse bezwaren begrijpen maar deed niets onrechtmatigs. Het ongenoegen van Budel werd later alsnog schriftelijk vastgelegd. Intussen werden alle zeilen bijgezet om het eerste damesteam van speelsters te voorzien. Daarnaast werden door middel van advertenties leden gevraagd voor de dames en heren recreantenteams. Tijdens een speciale bijeenkomst werd Wim Rullenraad benoemd tot lid van verdienste voor zijn werk als lid van de technische commissie bij het toernooi. Aan het begin van seizoen 1989/1990 werd het eerste herenteam verblijd met de komst van enkele oud-leden. Met die uitbreiding ging men enthousiast de competitie in. Het vertrek van enkele leden van Dames 1 maakte de terugkeer van Ria Nagel naar Dames 1 noodzakelijk. Dames 2 wist door middel van een advertentie nieuwe leden te winnen om Ria’s vertrek op te vangen. Een opmerkelijk en heuglijk feit in het jubileumjaar was dat aan het einde van het seizoen oprichtster Ria Nagel haar 500e competitiewedstrijd speelde. En bijna al die jaren in het eerste damesteam. In het jubileumjaar heeft de club ongeveer 220 leden, onderverdeeld in 7 NeVoBo seniorenteams, 6 jeugdteams, 4 dames recreantenteams, 1 heren recreantengroep en ongeveer 50 mini-leden. Alle teams hebben redelijk gepresteerd. Weliswaar geen kampioenen maar ook geen degradanten.

Recreatie volleybal
Het dames recreantenvolleybal is gestart in 1969 met een 12-tal liefhebsters, waarvan er nu nog altijd een aantal spelend zijn. Ria Nagel was de eerste trainer. En met succes, want het ledental steeg al snel naar 20. Aanvankelijk speelde men op toernooien. In 1971 begon Nuvoc met een winter-recreantencompetitie voor spelers ouder dan 23 jaar. De competitie begon met ongeveer 10 teams. De dames recreanten van Budel schreven één team in. De competitie, inmiddels “trimcompetitie” genaamd, groeide uit tot 150 deelnemende teams. In de begintijd, toen het allemaal nog wat kleinschalig was, was de sfeer apart en groeiden er vriendschappen met bepaalde teams (o.a. DAF). Bij het organiseren van toernooien hield men rekening met de sfeer en alleen gezellige teams mochten komen.De trainingen vonden plaats in de LTS, de Aloysiusschool, de MAVO en uiteindelijk de gymzaal van de Duitse school. De competitiewedstrijden waren in de kerk “De Goede Herder”. De laatste jaren worden de wedstrijden in de sporthal gespeeld. In de voorbije jaren hebben de dames recreanten verschillende trainers en coaches gehad: Piet van Gils en Wim Rullenraad willen we hier met name noemen. Want onder Piets bezielende leiding groeide de groep uit tot ongeveer 35 deelneemsters. Inmiddels zijn er 4 teams ingeschreven bij de Nuvoc-trimcompetitie. Piet zorgde verschillende jaren bij de afsluiting van de competitie voor een mixed-toernooitje, waarbij de winnaars met sportsokken (maat 40) beloond werden. Een bijzondere gebeurtenis voor de dames was het kampioenschap van Dames 1 in de hoofdklasse in 1980. Met gemengde gevoelens werd gekeken naar het vertrek van verschillende leden naar de NeVoBo-competitie. Gelukkig trok men ook enkele oud NeVoBo speelsters aan. Anno 1991 speelt het hoogste team in klasse A en zijn diverse leden van het eerste uur nog steeds van de partij. Niet alleen binnen de vereniging maar ook bij het tweedaags toernooi vervullen de dames een belangrijke rol. Al jarenlang zorgen de dames bij het krieken van de dag voor honderden belegde broodjes en koffie en nemen ze een belangrijke plaats in bij de verkoop in de kraampjes. De heren recreanten gingen later van start dan de dames. Verschillende jaren kende men een vast team. Deze groep varieerde nogal in de loop van de jaren: er was groei maar ook inkrimping. Toen de deelname minimaal was trok men zich terug uit de recreantencompetitie. Verschillende leden stapten over naar de NeVoBo-competitie en spelen nu niet onverdienstelijk in Heren 3 of Heren 4. De overblijvers bleven wel trainen maar tot een deelname aan de competitie is het de laatste jaren niet meer gekomen.

Mini's, een maxi gebeuren.
De mini’s zijn de jongste Ledûbleden. In 1991 staan er ongeveer 50 op de ledenlijst. “Scholing in eigen huis zo vroeg mogelijk beginnen”. Eind jaren 70 startten de collega’s Harrie de Laat en Ton Rutten met de opzet van mini-volleybal groepen. In eerste instantie werd gekozen voor basisschoolleerlingen vanaf 9 jaar. Na enige jaren konden ook leerlingen vanaf groep 3 meedoen. De hoofdmoot van de training bestaat uit bal- en behendigheidsspelletjes. De wedstrijden worden gespeeld tijdens mini-toernooien, eens per maand. De laatste jaren organiseert Ledûb een eigen mini-toernooi. Wegens drukke werkzaamheden droegen Harrie en Ton de zorg voor de mini’s over aan Ria Nagel. Ze werd in de loop der jaren geassisteerd door diverse personen. In 1988 nam Paula Timmermans de organisatie op zich. Regelmatige ledenwerfacties hield het ledental op peil. Enkele malen werden er tijdens de Brabantse districtskampioenschappen eerste prijzen in de wacht gesleept. Naast de gewone trainingen zijn er speciale “verklede” trainingen met karnaval en Sinterklaas, waarbij een volleybalspeeltuin, slagbal en ganzenbordspel op het programma staan. Het seizoen wordt afgesloten met een diploma voor de verschillende spelsoorten.

Geschiedenis Overzicht